• Een beetje geschiedenis...

  • door Fons Dewilde

  • Ontevreden mensen zijn van alle tijden en plaatsen. Hoe goed en nobel onze bedoelingen ook zijn, men kan niet iedereen tevreden stellen. Dat ondervond men ook bij de hockeyclub in het Vrijbroekpark: de Koninklijke Mechelse Tennis & Hockey Club.

    We schrijven 1964. Onder impuls van H. Geleyns besluit een groep leden, waaronder het grootste deel van de juniorenploeg met ondermeer mijn oudere broer, Mechelse te verlaten om een eigen club op te richten. De naam van de vereniging was evident: Sporting Hockey Club Mechelen, want gelegen aan de Jubellaan en deel uitmakend van het voetbalcomplex Sporting Mechelen.

  • Al snel speelde ook ik hockey. Ik was 16, trainde elke dag en reeds op m’n 17e debuteerde ik bij het eerste herenteam van de club. Wegens vermeende verkavelingsplannen moesten we al na enkele jaren op zoek naar een nieuwe locatie. Die vonden we op domein Heiveld te Sint-Katelijne-Waver, vandaag nog altijd een tenniscentrum.

    Een oude boerderij werd door de brouwerij verbouwd tot clubhuis. Eigenhandig toverden we de bijhorende gronden om tot drie hockeyvelden met drainage, een parking, kleedkamers en randbeplanting. Voor één veld werd zelfs verlichting voorzien. Een huurovereenkomst van 30 jaar verzekerde onze toekomst.

  • Officieel was Sporting - door onze verhuis moest ‘Mechelen’ uit de clubnaam geschrapt worden - de eerste volledig Nederlandstalige club in België. Geloof me vrij: dit werd ons door de toen volledig Franstalige hockey elite en -bond niet in dank afgenomen. Gedurende jaren keek men enigszins minachtend neer op les paysans de Malines. Ook sportief werd er duidelijk gemeten met twee maten en twee gewichten. Om u een idee te geven van de toen heersende mentaliteit, volgende anekdote: 

    Francis Rombauts, onze nog jonge maar beloftevolle spits, werd uitgestuurd naar de selectietrainingen voor de nationale juniorenploeg. Ondanks zeer goede resultaten werd zijn kandidatuur niet weerhouden. Het commentaar luidde simpelweg ‘dommage que c’est un Flamand’. Francis zou later onze topspits worden met niet minder dan 397(!) doelpunten in 13 seizoenen. Hij scoorde ooit twee doelpunten tijdens een bekerwedstrijd tegen Relais, de ploeg waar de toenmalige Belgische nationale doelman tussen de palen stond.

  • Na verloop van tijd kwam er toch meer steun en respect voor onze vereniging. Dit had een aantal oorzaken:

    • Naast de hockeyclub werd ook een tennisafdeling opgericht. Dit zorgde voor een extra impuls.
    • We beschikten over de drie veruit beste natuurgrasvelden van België.
    • Het toetreden van mensen als Louis Neefs en wereldkampioen K2, Rik Verbruggen, gaf onze club meer bekendheid en aanzien.
    • Nieuwe Nederlandstalige clubs als Oranje - vandaag Isca - en het ter ziele gegane Klauwaert hebben een tijdje op onze terreinen gespeeld. Dit maakte dat ook onze club won aan (h)erkenning.
    • Dankzij enkele technisch zeer begaafde spelers maakte onze eerste ploeg veel indruk.
    • Ons tweejaarlijks internationaal Pinkstertornooi werd geleid door een aantal officiële bondsscheidsrechters. Deze heren mochten het hele tornooi gratis eten en drinken, iets wat ons tijdens de competitie geen windeieren heeft gelegd. De connecties die deze tornooien opleverden bezorgden ons bovendien tornooi-uitnodigingen in gans Europa.

    De waardering groeide en na mijn verkiezing tot voorzitter werd ik zelfs lid van de algemene raad van de Belgische Hockey Bond.

  • Begin jaren 80 werd ons Heren 1 team bijna geheel verjongd met ons scholieren A elftal. Deze jongens waren nog zeer jong, maar boekten prachtige resultaten in de hoogste nationale afdeling. Dit leverde enkele jaren later sportieve topprestaties op: de eindronde voor promotie naar Nationale 2 - vandaag Nationale 1 - en de halve finale beker van België in zaal.

    1987

    Toen ik in 1987 voorzitter werd, groeide het besef dat het einde van ons huurcontract een probleem zou worden, want het zou niet verlengd worden. Kunstgras was erg in opmars en vroeg een zware investering. Eentje die niet te verantwoorden was voor de beperkte tijd die ons nog restte. Net op dat moment ruilde KMTHC z’n terreinen in het Vrijbroekpark in voor velden in Hombeek. Het was een geschenk uit de hemel: er kwam een schitterende locatie vrij met twee velden, kleedkamers en een clubhuis, nu Brasserie ‘t Park.

  • qfqfqsfsqf
  • 1990

    Een jaar na de val van Ceausescu werd ons bestuur gevraagd om samen met een team naar Boekarest af te reizen om de hockeysport, die onder het regime van de dictator verboden was, terug op de rails te krijgen. We speelden een propagandawedstrijd in het voetbalstadion van Steau Boekarest en kregen het erelidmaatschap van de Roemeense hockeybond aangeboden. Onze ervaringen in het door geweld en onderdrukking geteisterde Roemenië, toen in volle hongersnood, zullen me altijd bijblijven.

  • 1991


    Ons eerste internationale Pinkstertornooi in Vrijbroek, met maar liefst 44 ploegen - waaronder uiteraard ook Roemeense teams - en meer dan 600 spelers, was een gigantisch succes, ook financieel. De roep om kunstgras werd weer wat luider.

    Omdat er voor de hockeysport op provinciale domeinen geen financiële middelen werden vrijgemaakt, zochten we een sponsor. Dankzij de steun van Sam De Graeve, uitbater van brasserie ‘t Park, en met de hulp van het parkpersoneel, konden we zelf een veld aanleggen. De latere vernieuwing van dit terrein, nu ongeveer vijf jaar geleden, heeft trouwens ook jaren van onderhandelingen gekost.

  • 2018


    Elke club of vereniging heeft wel eens last van mindere periodes. Dat was bij ons niet anders. De afsplitsing van Neo in 2007 is daarvan helaas ooit het gevolg geweest. Een vijftal jaar geleden bevonden we ons opnieuw op een dieptepunt, zowel qua ledenaantal als financieel. Om die negatieve trend te keren organiseerde de club een grote enquête onder z'n leden. Hierdoor werden de belangrijkste pijnpunten blootgelegd. Tevens groeide het besef dat het toenmalig bestuur, met amper vier leden, niet meer in staat was te voldoen aan de eisen van een moderne sportclub. De oudere garde, dus ook ikzelf, moest op zoek naar een grotere, jonge groep van gemotiveerde en enthousiaste leden met frisse ideeën.

  • 2020


    Op relatief korte termijn hebben we deze ploeg gevonden. Mijn volle vertrouwen gaat naar deze nieuwe groep van bestuursleden die er, samen met alle leden en medewerkers, in geslaagd is het onmogelijk gewaande te realiseren. Om de belangrijkste verwezenlijkingen te noemen: een gezond financieel beleid, het opstarten van initiatieven zoals kleuterhockey, trimwerking, G-hockey en de oprichting van een team Jr. Ladies. Daarnaast blijft onze club een kwalitatief hoogstaand jeugdbeleid voeren. Ook de groei van 140 naar vandaag 320 leden in amper drie jaar tijd is niet niks.

  • Mijn (bewust laatste) mandaat eindigt in januari 2021. Het was een eer en genoegen deze club gedurende 34 jaar te leiden en begeleiden, samen met diehards als Erik, Rudi en zeker ook Timmy, die als drijvende kracht de club een aantal jaren draaiende hield.

    Op vlak van infrastructuur oogt onze toekomst trouwens rooskleurig: het PRUP (Provinciaal Uitbreidingsplan) voorziet een gloednieuwe sportaccomodatie voor hockey, voetbal & rugby op de hoek van de Hombeekse Steenweg en de Uylenmolenweg, een plaats waar nu enkel voetbalvelden liggen. De nieuwe infrastructuur omvat een gloednieuw clubhuis en kleedkamers, een grote parking in een parkachtig kader met een directe toegang tot het Vrijbroekpark. De werken starten in 2021 en onze ‘verhuis’ is voorzien in 2024 of 25. Ikzelf zal dit project ook in de toekomst blijven opvolgen.

    Ik neem afscheid als voorzitter, maar niet als lid van Vrijbroek en zal me blijven inzetten zolang het kan. Gezien mijn leeftijd kijk ik met enige heimwee terug naar de successen uit het verleden, maar ook met vol vertrouwen naar de toekomst, met een nieuwe bestuur en kandidaat voorzitter. Ik wens jullie allen een gezond en sportief succesvol 2021 en volgende.

    Met dank en sportieve groeten,

  • Nvdr.: Onze voorzitter (onderaan, uiterst links) speelt vandaag nog steeds voor de Old Lions, ons nationale team voor veteranen.